Het is zover, ik ben gestart met mijn LDE avontuur. Het is vrijdag 8 september en de regen komt met bakken uit te lucht vallen, een weinig subtiel voorteken van de naderende herfst en een bruut afscheid van de zorgeloze zomer. Oftewel, een perfect moment voor een beetje reflectie. Zittend in een ruim kantoor met een hoog plafond op de campus van de TU Delft overdenk ik mijn eerste week van het LDE traineeship.

Gewapend met een maagdelijk schoon notitieboekje stapte ik maandag uit de trein en op mijn fiets. Mijn leidinggevende was coulant geweest en had mijn kennismakingsgesprek pas om 10.00 uur gepland. Met de extra reistijd die ik nu dagelijks doormaak hoor je mij daar niet over klagen!

Tien minuten te vroeg loop ik door het TNW (Technische Natuur Wetenschappen) gebouw op zoek naar een schijnbaar niet bestaand kantoor. Wat een flater! Mijn eerste dag en ik sta in het verkeerde gebouw! Gelukkig ben ik flexibel en vindingrijk (ja ja, na een flinke sollicitatieprocedure zitten alle gewenste bijvoeglijk naamwoorden wel in mijn systeem) en sjees ik op mijn stationsrammelbak over de strakke campus naar het juiste gebouw. Ik word ontvangen door mijn begeleider en de management assistent die me overladen met info over een laptop (heppiknie), campuskaart (heppiknie), en andere plannen (heppiknie?). Een vrouw stapt binnen, communiceert snel en zakelijk langs me heen en schudt me bij het verlaten van de ruimte snel nog even de hand. Slechts na een uitgebreide introductie van de afdeling van mijn begeleider wordt me verteld dat dát mijn leidinggevende was. Een enigma dat pas later in de week vorm zou krijgen.

Dag twee bestond uit een volgepropt introductieprogramma voor alle nieuwe TU medewerkers. Het feit dat alle eerste- en tweedejaars LDE trainees bijna de helft van de deelnemers vormden, neemt niet weg dat zo’n bijeenkomst alleen al bewijs is van de enorme omvang van de TU! En wat een wereld van verschil met de social sciences/humanities waar ik vandaan kom. De organisatie heeft alles uit de kast gehaald om dat verschil te overbruggen en de techneut in mij naar boven te halen. Niet alleen hebben we een wandelende hond gefabriceerd van een afwasborstel en een motortje, maar we hebben ook een kijkje in de technische keuken genomen. Witte jassen in de labs, knippen en plakken op niveau bij bouwkunde, de meest geavanceerde race auto’s (mondje dicht en geen foto’s, want ze doen mee aan wedstrijden), alles kwam voorbij. Na alle technische praat was de borrel een welkome afsluiter; bier, een taal die ik versta!

Op donderdag had ik mijn langverwachte afspraak met mijn leidinggevende. Enigszins nerveus – het blijft een hoogleraar en die kunnen een bepaalde reputatie hebben – zit ik voor een leeg kantoor te wachten. Na een half uur in mijn hoofd panieken (zit ik wel op de juiste locatie!?) komt ze aangestevend. Het wordt me al snel duidelijk dat ik me geen zorgen hoef te maken. Ze is vriendelijk, open, recht voor zijn raap, en heeft hart voor de zaak. Dat, plus een flinke dosis intelligentie, verklaart waarom ze te laat was: haar agenda loopt altijd over door de vele verantwoordelijkheden en projecten waar ze aan meewerkt. Dit neemt niet weg dat ze uiterst bereid is om me op gang te helpen. Maar – even de agenda erop natrekken – wel pas volgende week. Ik ben benieuwd!

De rest van de week geschiedt nog rustig, mijn voornaamste taak luidt “lees je maar even goed in”. Enerzijds een gemakkelijke opdracht – ik kijk soms verlangend naar mijn lege inbox, wachtend op de stroom van taken en activiteiten, zoals ik bij mijn vorige werkgever gewend was – anderzijds nog een flinke pil. Want wat weet deze rasechte alfa nou van biotechnologie?! Nou, vraag het me over een paar maanden nog maar een keer. Wie weet wat ik je dan allemaal kan vertellen!