Foto: Richard Theemling

Als je ooit op vakantie bent geweest in de VS dan heb je ze geheid zien lopen, mensen met een trui, pet, of sjaal van hun universiteit. Of misschien heb je ze wel ergens anders gezien. Want ja, ook als Amerikanen naar het buitenland gaan trekken ze diezelfde trui weer aan. HARVARD staat er dan in koeienletters op. Of Cornell, Yale, Princeton, ga zo maar door. Die Amerikaanse universiteiten kennen we in Europa het beste en vallen dus ook het meest op. Al kan je ervan uitgaan dat bijna elke Amerikaanse universiteit is vertegenwoordigd. Maar hoe vaak zie je in Nederland mensen met soortgelijke attributen?

Trots en verbondenheid

Als EUR-student zag ik zojuist genoemde mensen af en toe op de campus lopen, maar dat waren dan toch vaak uitwisselingsstudenten of andere internationals. Iemand met een EUR-pet heb ik nog nooit gezien. Die petten bestaan overigens wel, dat heb ik gecheckt in de EUR webshop, net zoals 11 andere items waaronder een viertal truien en een paraplu. Ter vergelijking: de Harvard webshop heeft alleen al meer dan twintig T-shirts om uit te kiezen.

Waarom vinden al die Amerikanen het zo nodig met hun alma mater te koop te lopen? Omdat ze trots zijn. Omdat ze zich verbonden voelen met de plek waar ze (minimaal) vier jaar hebben gewoond, geleerd, en zich hebben ontwikkeld. Die verbondenheid blijft bestaan, ook als ze zijn afgestudeerd. Dat komt aan de ene kant omdat Amerikaanse universiteiten veel meer een “community” zijn dan in Nederland – studenten studeren er niet alleen, maar wonen er ook en zijn daardoor veel meer op elkaar en de universiteit aangewezen. Aan de andere kant is het ook zo dat de universiteiten er zelf alles aan doen om de band met hun alumni te onderhouden.

Alumni, weten Amerikanen, zijn van ontzettend groot belang voor een universiteit. Alumni zijn namelijk niet alleen potentiële donateurs, maar kunnen ook fungeren als ambassadeurs, mentoren, gastsprekers, experts, consultants en ga zo maar door. Als ambassadeurs delen alumni ervaringen met potentiële studenten, zowel op formele als informele wijze. Zo fungeert Mr. X als ambassadeur als hij bij een open dag over zijn studie-ervaringen komt vertellen, maar ook als hij op een borrel aan zijn buurmeisje vertelt wat voor een fantastische tijd hij wel niet op Universiteit Y heeft gehad. Dezelfde Mr. X kan ook mentor worden en studenten begeleiden tijdens hun studie en zoektocht naar een baan. Misschien is Mr. X wel internationaal expert op een bepaald gebied en wil hij een keer op zijn oude universiteit een interessante lezing komen geven.

Tweerichtingsverkeer

Zo zijn er eindeloos veel mogelijkheden waarop alumni iets voor een universiteit kunnen betekenen. Gelukkig komen we daar in Nederland ook steeds meer achter en ontwikkelen de meeste universiteiten een alsmaar uitgebreider alumnibeleid. Zo ook de Erasmus Universiteit en haar verschillende faculteiten. Zelf ben ik bezig met een advies voor een alumnibeleid voor de Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) en denk ik na over wat de faculteit voor alumni kan betekenen en andersom. Want, zoals in elke relatie, moet er wel tweerichtingsverkeer zijn. Alumni vinden het fijn iets terug te krijgen voor al die moeite die zij voor de universiteit doen. Dus moeten universiteiten ook nadenken over wat zij alumni kunnen bieden in ruil voor hun tijd, geld en expertise. Dat kan van alles zijn: informele reünies, workshops en extra opleidingen, interessante lezingen, korting op evenementen, noem het maar op. Uiteindelijk gaat het erom dat universiteiten en alumni wat aan elkaar hebben en dat de relatie ook na afstuderen intact blijft.

Dus ben je bijna afgestudeerd, net afgestudeerd, of al langer klaar? Kijk wat jouw universiteit jou te bieden heeft. Misschien kom je dan weer oude kennissen tegen, doe je nieuwe kennis op, of kan je je eigen expertise delen. Voor de LDE universiteiten kan je in ieder geval op deze pagina’s terecht voor meer informatie: Leiden, Delft, Erasmus.